winter heeft nog nooit
zoveel doorzichtigheid
gevroren in deze lange
waterkoude nachten
hij rijpte in de kleine
uren nog zijn forse
witte uitmonstering
onzichtbaar voor
hen die op weg en pad
nog niet goed wakker
zijnd minder hebben
opgelet de pet te diep
over de de ogen tegen
de kou hebben opgezet
het is dan helaas
te laat en slechts
de schijnrode maan
is de enige getuige
als stilte om hulp
staat te huilen in deze
godverlaten negorij