Wie raakt niet diep onder de indruk,
Van wat God, de Heer, geschapen heeft?
De mens, de dieren en alles wat leeft.
Bloemen, bomen, groot of klein van stuk.
Het is niet te bevatten, Gods grootheid.
Dat Hij alles zo wondermooi heeft gemaakt,
Zodat men hier nooit op uitgekeken raakt.
Alles getuigt van Zijn grote majesteit.
Lucht en winden, zee en strand,
De zon, maan en de sterrenpracht.
God, de Schepper heeft dit bedacht,
En houdt de wereld nog in stand.
Looft God, de Schepper van ’t heelal.
Prijst Hem om zijn wijsheid en macht,
Dat Hij de schepping heeft volbracht.
Hij die was en is en er altijd wezen zal.