Ik * Jij
Ik vroeg aan jou:
-hou je van me met heel je hart?
-wil je mij in je leven hebben?
-kus je me graag?
Jij antwoordde:
-Nee, ik hou niet van je met heel m'n hart.
-Nee, ik wil je niet in mijn leven hebben.
-ik kus je niet graag
Dus ik liep huilend weg en zei:
jij bedrieger, ik wil je niet meer zien!
Jij rende achter me aan, pakte me hand vast en zei:
-ik hou niet van je met m'n hart. Jij bént m'n hart.
-ik wil je niet in m'n leven hebben, jij bént m'n leven
-ik kus je niet graag. Jij zoent beter!
Dus het meisje zei terug::
Ik zag je lopen daar, ik dacht;
die jongen kan ik niet krijgen
Jij kwam naar me toe en opende je armen en zei:
Jij bent het meisje waar ik over droom.
Jij bent het meisje dat ik wil.
Jij bent het meisje dat ik hou voor altijd!
en nooit laat gaan!