De boemerang
zij flitste
lachend voorbij
nog voordat
ik de diepte
in haar ogen heb
kunnen peilen
zij was er
onaangekondigd
nam zichzelf
als suprise mee
naar huis
net bekomen van
het onaantastbare
moment haar te zien
en te accepteren
haar warmte weer
intens te ervaren
om samen het
hemels moment van
weer een edelsteen
aan de ketting van geluk
te evenaren
dat wij en passant
meemaken want veel
gaat in onenigheid stuk
het afhankelijk zijn
doet geven zonder
iets te krijgen uit
de veelheid van het
leven in beperking
en vragen om de
boemerang is
wat wij gewend zijn