Mijn vrienden
Mijn vrienden zijn als hoedjes van papier.
Als oude bladen en kranten
Uitgewaaid in weer en wind.
Enkel restanten...
Die je soms in oude steegjes vindt.
De ene daar, de andere hier.
Glitter kun je niet meer zien.
Dat hoeft ook niet, misschien.
Hun huiden zijn als vergane pelzen.
Nauwelijks nog te omhelzen
Of knus en warm te omvatten.
Mijn Vrienden zijn over de Zee.
De Meester kwam hen onverwacht jatten.
Zo doods als een pier.
Morsdood in avondrood!
Opengevouwen, onbehouwen in riolen.
Ik...
Ik wilde toen niet mee.
Toch blijven hun maskers dolen
Diep in mij, in mij verscholen